Reactie Briedis op beschikking Rechtbank Middelburg

De rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg heeft op vrijdag 18 december een beschikking gepubliceerd inzake een verzoek door Briedis Jeugdbeschermers om een verlenging van een ondertoezichtstelling van een minderjarige. De Provinciale Zeeuwse Courant heeft hierover op maandag 21 december bericht. Naar aanleiding van deze publicatie geven wij graag de volgende reactie.

Het gaat hier over een minderjarige die ongeveer twee jaar in een pleeggezin heeft gewoond. Briedis heeft in deze casus gewerkt volgens de wettelijke opdracht bij uithuisplaatsing: met hulpverlening werken aan thuis bij eigen ouders.  Het gaat goed in het gezin. Briedis is hier blij mee maar wil de komende tijd de situatie wel zorgvuldig blijven monitoren. Daarom is aan de rechter gevraagd om -als afronding- een verlenging van de ondertoezichtstelling voor een periode van een half jaar.  

De kinderrechter wijst erop dat een toets van dit besluit had moeten worden gevraagd aan de Raad voor de Kinderbescherming . Bovendien is de kinderrechter van mening dat de feitelijke onderbouwing voor dit verzoek onder de maat was. Daarom is besloten om het verzoek een maand aan te houden totdat alsnog alle benodigde informatie goed is aangeleverd.

Briedis onderschrijft in deze de kritiek van de kinderrechter in deze casus en betreurt dat de procedure niet is gevolgd, zowel door de toets van de Raad voor de Kinderbescherming achterwege te laten als door het verzoek onvoldoende te onderbouwen. Bovendien constateert Briedis dat de interne controlemechanismen waardoor fouten normaliter zouden zijn opgemerkt vóórdat het verzoek bij de rechtbank werd ingediend, in dit geval niet goed hebben gefunctioneerd.  

Corina Schenk, bestuurder van Briedis: “In de jeugdbescherming hebben we per definitie te maken met kwetsbare kinderen in complexe situaties. Daarbij staat zorgvuldig handelen voorop. Dat is ook gebeurd, en met succes, maar juist de juridische regels die bij ons werk horen, zijn erop gericht om die zorgvuldigheid te toetsen en te borgen. We hebben immers te maken met besluiten die heel ingrijpend kunnen zijn in het leven van kinderen en hun ouders, broertjes en zusjes. De irritatie van de kinderrechter dat de stukken niet goed op orde waren, is daarom begrijpelijk. We nemen dit signaal natuurlijk serieus en trekken hier lessen uit.”